KleurenBlind
KleurenBlind

Licht in duisternis

31 mei 2018

Pingelap

Het eilandje Pingelap ligt in de Grote Oceaan. Op dit eilandje is 10% van de bevolking totaal kleurenblind (ofwel achromatoop). Ter vergelijking: In Nederland ligt het percentage op 0,003%! Fotografe Sanne de Wilde heeft met behulp van foto's Pingelap en haar bewoners vastgelegd zoals de achromatopen op het eiland het zien [1]. Begin jaren 90, bracht neuroloog Oliver Sacks aan dit eilandje een bezoek en beschreef de achtomatopsie in zijn boek Eiland der Kleurenblinden. Tijdens zijn tijd op het eiland valt hem iets bijzonders op. De achromatope vissermannen zijn namelijk ontzettend handig in nachtvissen.

Dit is niet de eerste beschrijving van dit verschijnsel. Het is het jaar 1818 en een rood/groen-kleurenblinde beschrijft het volgende [2]:

Het enige voordeel dat ik heb waargenomen aan dit bijzondere zien, is dat ik objecten op een grotere afstand en duidelijker in het donker zie dan iemand die ik me herinner te hebben ontmoet; dit ontdekte ik vele jaren voordat ik me bewust was van mijn gebrekkige kleurenzien.

Dit alles lijkt erop te wijzen dat er kleurenblinden beter in het donker onder de sterren of bij maanlicht kunnen zien. Maar, in de nacht zie je met de staafjes, niet met de kegeltjes. Dus 's nachts zie je zwart-wit, niet in kleur. En daarbij kan het dus niet uitmaken of je kleurenblind of -ziend bent. Toch?

Waar?

Is er naast anekdotisch bewijs ook wetenschappelijk bewijs? Jazeker. In 1998 krijgen onderzoeksdeelnemers, nadat ze zijn gewend aan nachtelijke lichtomstandigheden, een zwakke lichtbron te zien van een bepaalde kleur [3]. De hoeveelheid licht wordt steeds minder totdat een deelnemer aangeeft geen licht meer te zien. Welke kleur licht (blauw, groen, geel, oranje, licht rood en rood) de deelnemers ook te zien krijgen, bij elke kleur zien kleurenblinden het licht langer dan kleurzienden. Al zien de kleurenblinden de kleur misschien niet goed, wel zien ze het licht langer. Dit wijst erop dat kleurenblinden 's nachts beter zien.

Zien in donker

Waarom kunnen kleurenblinden beter in de nacht zien? Er zijn een aantal mogelijkheden [2]:

  1. Protanopen (rood-kleurenblind) en deuteranopen (groen-kleurenblind) missen allebei een type kegeltje (zie soorten). Mogelijk vervangen staafjes de missende kegeltjes. Hierdoor is de gevoeligheid voor licht in het donker zien verhoogd.
  2. Nachtzicht kan bij rood/groen-kleurenblinden beter zijn in het donker zien omdat de verwerking van de signalen van kegeltjes en staafjes anders is. Het missende kegeltje zorgt bijvoorbeeld óf voor minder ruis óf de signalen van de staafje worden versterkt.
  3. Mogelijk verschillen de ogen van kleurenblinden op meer wijzen dan alleen kegeltjes zoals de grootte van de pupil.
  4. Kleurenblinden letten wellicht meer op kleine verschillen in lichtsterkte dan normaal kleurenzienden waardoor ze beter licht zien in het donker.
  5. Voor totaal kleurenblinden (ofwel achromatopen) gelden mogelijkheid 2 en 3 ook. Daarnaast zien achromatopen op een andere manier scherp dan kleurenzienden, wat in het voordeel kan zijn voor achromatopen.

Of toch niet?

Onderzoek uit 2016 geeft echter een aanwijzing dat kleurenblinden en -zienden even goed zien in de nacht [4].

Nog geen jaar later, in 2017, bevestigt een uitgebreid onderzoek deze aanwijzing. De onderzoekers gebruiken hiervoor 3 verschillende testen. [2].

Figuur 1. Hudibras beats Sidrophel and his man Whacum (W. Hogarth, 1726) [1]
In de eerste test is gekeken hoe de ogen van (totaal) kleurenblinden en -zienden zich aanpasten naar nachtelijke lichtomstandigheden. Het kost de ogen iets meer dan een half uur om van dagzicht naar nachtzicht om te schakelen in het donker. Tijdens deze tijd, in dit geval gedurende 40 minuten, vroegen de onderzoekers aan de kleurenblinden en -zienden om telkens aan te geven als ze een lichtflits zagen. De test is bij iedere deelnemer twee keer gedaan waarbij er een klein verschil zat in de grootte van het lichtpunt. Welke test ook, er was geen verschil tussen beide groepen. Kleurenblinden en -zienden pasten zich op dezelfde manier naar nachtelijke lichtomstandigheden. Dit was eerder ook al gevonden [5].

In de tweede test gingen de onderzoekers een stapje verder. De verdeling van de staafjes en kegeltjes aan de binnenkant van het oog zijn niet gelijk verdeeld (zie biologie). Wellicht is de verdeling bij kleurenblinden anders dan bij kleurenzienden. Hier keken de onderzoekers in de tweede test naar. Weer met lichtflitsen in het donker, maar deze keer kwamen de flitsen uit allerlei verschillende hoeken terwijl de ogen naar voren keken. Bij beide groepen keken de onderzoekers naar hetzelfde vlak die recht achterin aan de binnenkant van het oog lag. Wederom vonden de onderzoekers geen verschil.

De laatste en leukste test is de test die gebruikt werd in de 2de Wereld Oorlog om militairen met het beste nachtzicht te vinden. De deelnemers werden in een donkere kamer gevraagd zo duidelijk mogelijk te omschrijven wat ze zagen op de Hudribras plaat (zie figuur 1). De plaat werd van achteren met heel weinig licht verlicht. En ook nu was er geen verschil. Wat wel opviel is dat hoe beter het nachtzicht van een deelnemer, des meer werd er gezien. En hetgeen dat werd gezien, werd ook beter omschreven.

Dus?

Is het nu wel of niet waar dat kleurenblinden beter in de nacht zien dan kleurenzienden? Die vraag is lastig te beantwoorden, want de anekdotes en onderzoek spreekt ander onderzoek tegen. Maar gezien het uitgebreide onderzoek [2] slaat de balans vooralsnog licht door in het voordeel van niet waar.

Viagra met een kleurtje

Blog overzicht

Bibliografie

  1. Wilde de, S. (2015) The Island of the Colorblind Uitgeverij Kannibaal: ISBN 9789492677068 link
  2. Simunovic, M.P. en anderen (2017) Is color vision deficiency an advantage under scotopic conditions? Investigative Ophthalmology & Visual Science 42: 3357-3364 link
  3. Verhulst, S. en anderen (1998) Scotopic vision in colour-blinds. Vision Research 38: 3387-3390 link
  4. Bartholomew, A.J. en anderen (2016) Individual differences in scotopic visual acuity and contrast sensitivity: Genetic and non-genetic influences. PLOS ONE 11: 1-16 link
  5. Kim, V. en anderen (1983) Performance of Genetically-Colorblind Individuals on a Rapid Dark Adaptation Test Based on the Purkinje Shift. Perceptual and Motor Skills 56: 251-258 link

Vector illustratie van vecteezy.com door StarLineArts.

⋀ menu